Gezonde gewoonten – ontwikkel een automatische piloot die voor jou werkt
- Dr. Saartje Jooris

- 8 aug
- 10 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 16 uur geleden
De meesten van ons weten meer over gezondheid dan je op basis van ons dagelijks leven zou vermoeden.
We weten dat regelmatig bewegen goed voor ons is. We weten dat groenten over het algemeen een betere keuze zijn dan sterk bewerkte voeding, dat slaap belangrijk is, dat tijd doorbrengen met mensen om wie we geven ons goed doet en dat voortdurend van de ene taak naar de volgende hollen waarschijnlijk niet helpt.
Het ontbreekt ons zelden aan die kennis. De moeilijkheid zit erin om er ook consequent naar te handelen terwijl we werken, pendelen, voor kinderen zorgen, berichten beantwoorden, boodschappen doen, het huis schoonmaken, afspreken met vrienden en omgaan met alles wat er onverwacht nog bij komt.

Als elke gezonde keuze zorgvuldig nadenken en wilskracht zou vereisen, zou onze mentale energie snel uitgeput raken. Gelukkig werkt menselijk gedrag niet zo. Een groot deel van ons dagelijks leven verloopt volgens vaste patronen. We herhalen gedrag in vergelijkbare situaties, totdat we er steeds minder bij hoeven na te denken. We ontwikkelen routines, voorkeuren en standaardkeuzes. Met andere woorden: we creëren een automatische piloot.
De vraag is of die van jou je brengt waar je naartoe wilt.
Je automatische piloot is al actief
Denk eens aan wat er gebeurt wanneer je ’s ochtends opstaat. Waarschijnlijk blijf je niet naast je bed staan om alle mogelijke manieren te overwegen waarop je aan je dag zou kunnen beginnen. Meestal volg je een bepaalde volgorde. Misschien ga je naar het toilet, zet je koffie, kijk je op je telefoon, neem je een douche, ontbijt je of vertrek je naar het werk.
Hetzelfde gebeurt doorheen de rest van de dag. Waar leg je je sleutels wanneer je thuiskomt? Waar grijp je naar als je zin hebt in een tussendoortje? Wat doe je tijdens een korte pauze? Wat gebeurt er wanneer je stress ervaart? Wat doe je gewoonlijk in het uur voordat je gaat slapen?
Sommige van deze patronen zijn bewust gekozen. Veel andere zijn simpelweg ontstaan doordat je ze vaak genoeg hebt herhaald. Dat is nuttig. Stel je voor dat je iedere ochtend bewust zou moeten beslissen hoe je je tanden poetst, of bij elke afslag op de vertrouwde weg naar je werk zorgvuldig zou moeten nadenken. Door herhaald gedrag te automatiseren, komt er aandacht vrij voor al het andere waarmee je brein moet omgaan.
Hetzelfde proces kan natuurlijk ook gedrag automatiseren dat ons niet bijzonder goed dient. Je opent je telefoon zodra er even niets te doen is. Na het avondeten ga je zitten en kom je niet meer overeind. Je blijft langer wakker dan je van plan was, omdat één aflevering er drie worden. Je komt hongerig thuis en eet wat op dat moment de minste moeite kost.
Geen van deze dingen vereist een bewuste beslissing dat dit is hoe ik wil leven. Het kan eenvoudigweg worden wat je doet.
Daarom zijn gewoonten zo belangrijk. Ze vormen een van de belangrijkste manieren waarop wat je over gezondheid weet wel of niet zijn weg vindt naar je dagelijks leven.
Ontwerp een gezonde gewoonte die in het echte leven werkt
Een veelgemaakte fout is dat we gewoonten kiezen voor de persoon die we denken te moeten zijn.
Die persoon staat om zes uur op, mediteert twintig minuten, maakt een voedingskundig onberispelijk ontbijt klaar, fietst naar het werk, sport vijf keer per week, kookt alles zelf en gaat elke avond stipt om tien uur naar bed.
Je werkelijke leven bevat misschien een uitgelopen consultatie, een kind dat weigert zijn schoenen aan te trekken, een afgeschafte trein en een koelkast met een halve komkommer en wat yoghurt waarvan je niet helemaal zeker meer bent.
Een gewoonte kan alleen een gezonde gewoonte worden genoemd als ze bestand is tegen je werkelijke leven. Wanneer je er een kiest, helpt het daarom om jezelf twee vragen tegelijk te stellen: wat zou mijn gezondheid ondersteunen, en wat zou voor mij realistisch gezien normaal kunnen worden?
Meestal betekent dit dat je veel concreter moet worden. ‘Meer bewegen’ is een intentie. ‘Op werkdagen wandel ik na de lunch tien minuten’ is gedrag met een tijdstip, een prikkel en een plaats in je dag.
Het helpt ook om kleiner te beginnen dan je ambitie. Wanneer onze motivatie hoog is, ontwerpen we gewoonten vaak rond wat we op een goede dag aankunnen. Maar het zijn niet je goede dagen die bepalen of een gewoonte standhoudt. Het zijn de gewone woensdagen.
Als je uiteindelijk veertig minuten wilt wandelen, kan tien minuten een beter beginpunt zijn. Als je regelmatig wilt mediteren, kunnen drie minuten aanvankelijk nuttiger zijn dan twintig. Als je vaker wilt koken, is één vaste avond misschien een beter vertrekpunt dan besluiten dat voortaan iedere maaltijd zelfgemaakt moet zijn.
Je kunt het gedrag later uitbreiden. Eerst heeft het een vaste plaats nodig.
Nieuwe gewoonten zijn ook gemakkelijker te onthouden wanneer je ze koppelt aan iets wat al betrouwbaar gebeurt. Nadat je ’s ochtends koffie hebt gezet, vul je je drinkfles. Zodra de lunch voorbij is, ga je naar buiten voor je wandeling. Nadat je je tanden hebt gepoetst, doe je je rekoefeningen.
Het bestaande gedrag wordt zo een deel van de prikkel. Dat werkt het best wanneer de koppeling werkelijk betrouwbaar is. ‘Na het ontbijt’ is niet bijzonder bruikbaar als je maar af en toe ontbijt.
Kijk vervolgens naar de omgeving rond het gedrag. Als je na het werk wilt wandelen, maar eerst je schoenen moet zoeken, andere kleren moet aantrekken, je koptelefoon moet vinden en nog moet beslissen waar je naartoe gaat, heb je verschillende kleine gelegenheden gecreëerd om van het idee af te zien. Je schoenen bij de deur zetten en vooraf een route kiezen lijkt misschien onbelangrijk, maar kleine hindernissen die telkens terugkeren, maken wel degelijk een verschil.
Het omgekeerde is even bruikbaar. Als je ’s avonds minder tijd op je telefoon wilt doorbrengen, maar die naast je ligt op te laden, maak je het ongewenste gedrag bijzonder gemakkelijk. Door je telefoon in een andere kamer te leggen, verander je de omgeving. Je hoeft dan niet vijftig keer weerstand te bieden aan dezelfde prikkel.
Ook plezier is belangrijk. De kans dat je blijft wandelen is groter wanneer je de route leuk vindt, graag bij je wandelpartner bent of geniet van de podcast waarnaar je luistert. Misschien eet je meer groenten als je leert ze klaar te maken op een manier die je werkelijk lekker vindt. Gezond gedrag wordt niet waardevoller doordat je het met tegenzin doet.
Sommige gewoonten zullen nog steeds inspanning vragen. Sporten kan lichamelijk zwaar zijn. Koken kost tijd. De televisie uitzetten en naar bed gaan kan af en toe een bewuste beslissing vereisen. Wat geleidelijk gemakkelijker zou moeten worden, is de terugkerende discussie met jezelf over de vraag of dit gedrag überhaupt een plaats in je leven heeft.
Dat onderscheid is belangrijk. Als je maanden later nog steeds iedere keer precies dezelfde innerlijke strijd voert, besteed daar dan aandacht aan. Misschien is de gewoonte te groot of slecht getimed, zijn er te veel obstakels rond de eerste stap of ontdek je dat je de gekozen activiteit gewoon niet graag doet. Soms moet je inderdaad volhouden ondanks tijdelijke tegenzin, maar aanhoudende weerstand kan er ook op wijzen dat het ontwerp moet worden aangepast.
Het kan ook helpen om vooraf te bepalen wat je doet op een dag waarop de volledige gewoonte niet past. Misschien wandel je normaal dertig minuten, maar maak je er op een moeilijke dag vijf van. Een oefenroutine van vijf minuten kan worden teruggebracht tot één minuut. Soms kan de kleinste versie er simpelweg uit bestaan dat je de afspraak met jezelf nakomt: je brengt die vijf minuten door op de plaats waar je normaal zou oefenen, zonder ze te vervangen door scrollen, e-mails beantwoorden of iets anders.
Dit gaat niet over het behouden van een perfecte reeks. Een gewoonte één keer overslaan hoort bij het gewone leven en maakt meestal weinig verschil. Wat meer aandacht verdient, is wanneer één gemist moment ongemerkt overgaat in twee en vervolgens drie, en er langzaam een nieuw patroon ontstaat: het niet meer doen. Gewoonten zijn gemakkelijker vol te houden wanneer het gedrag blijft plaatsvinden rond het tijdstip en in de context die je oorspronkelijk hebt gekozen.
Een verkorte versie of tijdelijke plaatsvervanger kan helpen om dat patroon te behouden. Je reageert nog steeds op de prikkel en verschijnt op het gekozen tijdstip. Daarmee bevestig je ook opnieuw de intentie achter de gewoonte: dit is nog steeds iets waarvoor ik heb gekozen en waaraan ik een plaats wil geven in mijn leven.
Er zullen ook momenten zijn waarop het zinvoller is om de gewoonte helemaal over te slaan. Ziekte, uitputting, een blessure of omstandigheden die duidelijk om rust vragen, hoeven niet voor de vorm te worden omgezet in een prestatie van één minuut. Het nuttige onderscheid is dat tussen een werkelijke onderbreking en een nieuw patroon dat ongemerkt de plaats van de gewoonte begint in te nemen.
Zodra je de gewoonte hebt ontworpen, gaat het volgende deel minder over discipline en meer over aandachtig observeren.
Ontwerp → herhaal → observeer weerstand → pas aan → herhaal.
Zo ontstaat vaak een werkbare gewoonte. Je maakt een redelijk plan, probeert het uit in je dagelijks leven en kijkt waar het vastloopt. Als je de gewoonte voortdurend vergeet, is de prikkel misschien niet duidelijk genoeg. Als je haar telkens uitstelt, kan dat erop wijzen dat het tijdstip niet goed gekozen is. Werkt ze alleen in het weekend, dan heeft ze voor de werkweek duidelijk een ander ontwerp nodig. Soms ontdek je dat het gedrag zelf gewoon niet goed bij je past.
Het doel is niet om vanaf het begin het perfecte ontwerp te vinden. Het doel is om door herhaling voldoende te leren, zodat het gedrag gemakkelijker opnieuw kan worden uitgevoerd.
Als de gewoonte goed bij je past en je het gedrag vaak genoeg herhaalt, verandert er uiteindelijk iets. Je hoeft het niet meer zo actief aan te sturen.
Tel geen dagen. Kijk in welke fase je zit
Misschien heb je gehoord dat het een bepaald aantal dagen duurt om een gewoonte te vormen. In werkelijkheid bestaat er geen universeel aantal dat werkelijk bruikbaar is. Sommige gedragingen beginnen snel vertrouwd te voelen, terwijl andere veel meer tijd nodig hebben.
Het kan nuttiger zijn om te kijken in welke fase je zit.
In het begin moet je eraan denken. Je bent van plan om na de lunch te gaan wandelen, maar voor je het weet heb je je maaltijd beëindigd, je telefoon genomen en de wandeling volledig vergeten. In deze fase zijn geheugensteuntjes nuttig. Zet je schoenen ergens waar je ze ziet. Voeg een herinnering toe aan je agenda. Vraag iemand om met je mee te gaan. Eraan denken is voorlopig nog een deel van het werk.
Na een tijdje heb je niet veel hulp meer nodig om de gewoonte te onthouden. Je beëindigt de lunch en weet dat je op dat moment normaal gaat wandelen, maar misschien vindt er nog steeds een kort gesprek plaats in je hoofd.
Zal ik het vandaag overslaan? Het regent. Ik ben moe. Morgen doe ik het wel.
Het gedrag heeft zijn plaats gevonden, maar je onderhandelt nog steeds met jezelf.
Een van de duidelijkste tekenen dat een gewoonte zich begint te verankeren, is dat deze onderhandeling langzaam verdwijnt. Je beëindigt de lunch, trekt je schoenen aan en vertrekt. Je legt geen uitzonderlijke discipline aan de dag. Wandelen is gewoon geworden wat er daarna meestal gebeurt.
Uiteindelijk kan het gedrag zo normaal beginnen te voelen dat het meer opvalt wanneer je het overslaat dan wanneer je het uitvoert. Je hoeft jezelf ’s avonds meestal niet te overtuigen om je tanden te poetsen. Het zou vreemd voelen om het niet te doen.
Een goed verankerde gezondheidsgewoonte kan iets van die vanzelfsprekendheid krijgen. De prikkel verschijnt, het gedrag volgt en de beslissing zelf neemt veel minder ruimte in.
Dat is de automatische piloot die we proberen op te bouwen.
Het gedrag kan nog steeds inspanning vragen. Misschien zweet je nog steeds tijdens het sporten, kost het tijd om eten klaar te maken of heb je af en toe zin om op de bank te blijven zitten. Automatisering betekent niet dat alles moeiteloos wordt. Het betekent dat de herhaalde beslissing om te beginnen geleidelijk verdwijnt.
En dan onderbreekt het leven de gewoonte.
Plan onderbrekingen en herstarts
Ziekte, vakanties, blessures, kinderen, reizen, deadlines en periodes van uitzonderlijke stress kunnen allemaal gewoonten verstoren die stevig verankerd leken.
Dat is normaal. Een routine die uitstekend werkt in je vertrouwde omgeving kan verdwijnen wanneer die omgeving verandert. De prikkel valt weg, het tijdstip verschuift en plots heeft de automatische piloot niets vertrouwds meer waarop hij kan reageren.
Een gewoonte die op lange termijn moet standhouden, vraagt daarom nog een andere vaardigheid: opnieuw beginnen.
Er is een belangrijk verschil tussen ik heb twee weken niet gesport, dus ik ben mijn gewoonte kwijt en ik heb twee weken niet gesport omdat ik ziek was, en nu ben ik klaar om opnieuw te beginnen. De onderbreking is dezelfde. Wat er daarna gebeurt, verschilt.
Hier wordt de gewoontecyclus uitgebreid: ontwerp → herhaal → observeer weerstand → pas aan → herhaal → automatisering → onderbreking → herstart.
Ook een herstart kun je vooraf ontwerpen.
Als je ziek wordt en tijdelijk stopt met bewegen, zet dan voor een week later een herinnering in je telefoon: Voel je je beter? Is het tijd om je wandelingen te hervatten?
Als je op reis bent, plan dan een herinnering voor de dag na je thuiskomst: Weer thuis. Hervat je gebruikelijke ochtendroutine.
Als je weet dat december je normale eetpatroon vaak verstoort, bepaal dan vooraf wat de terugkeer markeert. Misschien betekent de eerste gewone werkdag van januari dat je opnieuw naar je gebruikelijke ontbijt en lunch terugkeert.
Ook fysieke prikkels kunnen goed werken. Zet je sporttas na een reis ergens waar je ze ziet. Plaats je wandelschoenen bij de deur. Plan je eerste sportsessie voordat je vertrekt. Vraag de persoon met wie je normaal wandelt om je na je thuiskomst een bericht te sturen.
Soms hervat je de gewoonte onmiddellijk. Soms voelt de oude routine verrassend onbekend en moet je een stap terugzetten: maak de gewoonte opnieuw kleiner, bouw de prikkel weer op en geef het gedrag de tijd om zijn plaats terug te vinden.
Dat betekent niet dat je weer vanaf nul begint.
Bouw een gewoonte die weet hoe ze moet terugkeren
Een duurzame gewoonte is niet iets wat je voor altijd volmaakt uitvoert.
Eerst moet je eraan denken. Daarna herinner je ze je wel, maar onderhandel je nog met jezelf. Geleidelijk verdwijnt die onderhandeling en wordt het gedrag een onderdeel van je normale leven. Wanneer de omstandigheden veranderen, kan de gewoonte tijdelijk verdwijnen. Dan wordt een ander deel van de vaardigheid belangrijk: de weg terugvinden.
Zo wordt het opbouwen van gewoonten minder een test van discipline en meer een voortdurend proces van ontwerpen en bijsturen. Je kiest iets wat haalbaar lijkt, herhaalt het en let op waar het botst met je leven. Je verandert wat moet worden veranderd en gaat verder totdat het gedrag minder van je bewuste aandacht vraagt.
En dan raakt het leven de gewoonte vroeg of laat weer uit koers.
Een goede automatische piloot voorkomt dat niet. Hij biedt je wel een route terug.
Creëer je eigen gewoonte
Begrijpen hoe gewoonten werken is nuttig, maar de echte test is of je een verandering zo kunt vormgeven dat ze in je eigen leven past.
De Health Shift Gewoontebouwer helpt je om van een intentie iets praktisch te maken. Het werkblad begeleidt je bij het kiezen van een duidelijke gewoonte, het koppelen ervan aan een prikkel, het wegnemen van hindernissen, het plannen voor moeilijke dagen en het vooraf bepalen hoe je na een onderbreking opnieuw begint.
Het is geen tracker voor een ononderbroken reeks. Het doel is niet om iets volmaakt te doen zonder ooit een dag over te slaan, maar om het gedrag gemakkelijker te kunnen herhalen en er gemakkelijker naar terug te keren wanneer het leven ertussen komt.
Vervolg je Health Shift
The Health Shift onderzoekt hoe ons lichaam, onze geest, gewoonten, relaties en omgeving samen onze gezondheid beïnvloeden. Schrijf je onderaan deze pagina in om nieuwe artikelen en praktische ideeën via e-mail te ontvangen.



