top of page
The Health Shift

Waarom zelfzorg niet egoïstisch is

  • Foto van schrijver: Dr. Saartje Jooris
    Dr. Saartje Jooris
  • 30 jun
  • 9 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 16 uur geleden

Mensen komen zelden op consultatie omdat ze vinden dat ze te weinig voor zichzelf hebben gezorgd. Ze komen omdat ze moe zijn, prikkelbaar, slecht slapen, last hebben van hoofdpijn of spijsverteringsklachten, of omdat ze het gevoel hebben dat ze de dingen die vroeger vanzelf gingen niet meer aankunnen. Tijdens het gesprek wordt vaak duidelijk dat ze heel wat dragen. Kinderen, een ouder die ouder wordt, een zieke partner, een veeleisende job, collega's die op hen rekenen, huishoudelijke taken die door niemand anders lijken te worden opgemerkt. Als ik vraag wanneer ze voor het laatst echt tijd voor zichzelf hebben gehad, blijft het soms even stil.


Veel van deze mensen zijn bijzonder bekwaam. Ze houden afspraken bij, merken meteen wanneer er iets mis is en onthouden wat iedereen nodig heeft. Ze organiseren hun hele dag rond anderen, maar voelen zich schuldig als ze een uur voor zichzelf nemen. Rust moet verdiend worden, en de voorwaarden om die te verdienen zijn meestal onhaalbaar: het werk moet af zijn, het huis moet netjes zijn, alle berichten moeten beantwoord zijn en niemand mag er last van hebben. Tegen de tijd dat dat allemaal achter de rug is, is het laat. Wat overblijft, is vaak een halfuur gedachteloos scrollen op de bank, omdat er simpelweg geen energie meer over is voor iets anders.

We noemen goed voor jezelf zorgen vaak egoïstisch, omdat het je aandacht tijdelijk van iemand anders naar jezelf verlegt. Maar voor anderen zorgen vraagt aandacht, emotionele zelfregulatie, geduld, geheugen en lichamelijke energie. Die hulpbronnen zijn niet onbeperkt. De overtuiging dat we eindeloos zouden moeten kunnen blijven geven, vraagt van ons lichaam zich te gedragen alsof het zelf geen behoeften heeft.


Wat chronische stress met het lichaam doet

Ons lichaam is opmerkelijk goed in staat om ons door periodes van stress heen te helpen. Stresshormonen maken extra energie vrij, verscherpen onze aandacht en schuiven tijdelijk minder urgente processen naar de achtergrond. Dat is nuttig wanneer een kind midden in de nacht ziek wordt, een deadline nadert of iemand plotseling onze hulp nodig heeft.


Het probleem is niet dat deze stressreactie bestaat. Het probleem is dat ze nooit bedoeld was om voortdurend ingeschakeld te blijven.


Wanneer de ene belasting de andere opvolgt en herstel telkens uitblijft, begint het lichaam de rekening op te maken. In het begin zijn de signalen vaak subtiel. We merken dat we oppervlakkiger ademen zonder het echt te beseffen. Onze schouders blijven gespannen nadat het werk al lang gedaan is. Onze kaak blijft aangespannen, ook nadat het moeilijke gesprek voorbij is. De honger verdwijnt, totdat we plots prikkelbaar worden. We vertellen onszelf dat we het allemaal aankunnen, terwijl ons lichaam stilletjes om een pauze begint te vragen.


Na verloop van tijd worden die signalen vaak duidelijker: moeite met inslapen ondanks vermoeidheid, hoofdpijn, spijsverteringsklachten, meer trek in ongezonde voeding, vergeetachtigheid of het gevoel dat zelfs kleine tegenslagen enorm veel energie kosten. Veel mensen beseffen pas hoe uitgeput ze waren wanneer de druk eindelijk afneemt. Chronische stress beïnvloedt het zenuwstelsel, het hart- en vaatstelsel, het hormonale systeem, het immuunsysteem en de spijsvertering. Maar ze verandert ook hoe aanwezig we kunnen zijn voor de mensen om ons heen. We doen misschien nog steeds alles wat van ons verwacht wordt, maar merken dat we minder geduld, nieuwsgierigheid of emotionele ruimte over hebben.


Dat herken ik ook in mijn eigen werk. Wanneer er voldoende ruimte zit tussen mijn werkdagen, gaat luisteren bijna vanzelf. Ik kan bij een ingewikkeld verhaal blijven zonder meteen alles te willen vereenvoudigen of oplossen. Ben ik zelf uitgeput, dan voer ik misschien nog steeds hetzelfde consult, maar het kost me merkbaar meer energie. Mijn aandacht wordt smaller. Ik verdraag onzekerheid, onderbrekingen of een onverwachte extra vraag minder goed. Het is verleidelijk om dat te zien als een gebrek aan geduld, terwijl het soms simpelweg is hoe onvoldoende herstel van binnenuit aanvoelt.


Herstel is bovendien meer dan alleen stoppen met werken. Veel mensen ontdekken dat hun werkdag technisch gezien voorbij is, terwijl hun hoofd en lichaam dat nog niet hebben meegekregen. Ze herhalen gesprekken tijdens het avondeten, schrijven in gedachten e-mails terwijl ze met de hond wandelen of worden 's nachts wakker terwijl ze piekeren over morgen. Het lichaam blijft dan reageren alsof de belasting nog steeds aanwezig is.


Ook onderzoek naar herstel laat een vergelijkbaar patroon zien. We herstellen beter wanneer we mentaal afstand kunnen nemen van ons werk, ons kunnen ontspannen, weer enige controle ervaren over onze eigen tijd en activiteiten doen die iets anders van ons vragen dan het werk. Herstel gaat dus niet alleen over stoppen met werken, maar ook over lichaam en geest de kans geven te herkennen dat de periode van belasting voorbij is.


Waarom het moeilijk kan zijn om zorg te ontvangen

Voor sommige mensen is zorgen voor anderen een belangrijk onderdeel van hun identiteit geworden. Zij zijn degene op wie iedereen kan rekenen, degene die alles organiseert, degene die blijft doorgaan wanneer anderen het moeilijk hebben. In die rol kunnen liefde, trots, bekwaamheid en oprechte zingeving schuilen. Voor anderen zorgen is niet alleen een last, en het uitsluitend zo beschrijven doet geen recht aan alles wat het waardevol maakt.


Die rol wordt pas beperkend wanneer er geen ruimte meer is voor je eigen behoeften, grenzen of afhankelijkheid.


Hulp ontvangen kan dan verrassend ongemakkelijk voelen. Zeggen: "Vandaag lukt het me niet," kan aanvoelen alsof je faalt. Rust nemen roept gedachten op aan alles wat nog gedaan moet worden. Zelfs wanneer iemand hulp aanbiedt, lijkt het soms gemakkelijker om die af te wijzen dan uit te leggen wat je nodig hebt of te accepteren dat iemand iets op een andere manier doet dan jij zelf zou doen.


Zelfcompassie kan hierbij helpen, al wordt die term soms verkeerd begrepen alsof het zou gaan om jezelf ontzien of alles maar goedpraten. In werkelijkheid betekent zelfcompassie dat je op je eigen moeilijkheden reageert met dezelfde mildheid en eerlijkheid die je vanzelfsprekend aan een ander zou geven. Onderzoek laat zien dat mensen met meer zelfcompassie vaker gedrag vertonen dat hun gezondheid ondersteunt en over het algemeen ook een betere lichamelijke gezondheid rapporteren. Het meeste bewijs is echter observationeel, waardoor oorzaak en gevolg niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld.


Het praktische verschil is verrassend concreet. Wanneer elk signaal van vermoeidheid onmiddellijk gevolgd wordt door zelfkritiek — "Je bent lui. Je bent zwak. Je zou dit toch moeten aankunnen." — is de kans groot dat we het signaal negeren en gewoon doorgaan. Wanneer we vermoeidheid daarentegen zien als informatie, ontstaan er andere mogelijkheden. Misschien eten we iets, gaan we vroeger slapen, vragen we hulp, stellen we een afspraak uit of erkennen we dat een bepaalde situatie simpelweg niet langer houdbaar is.


Schuldgevoel kan daarbij nog steeds opduiken. Mensen vertellen me vaak dat ze weten dat ze meer rust nodig hebben, maar zich onrustig voelen zodra ze gaan zitten. Of dat ze eindelijk eens nee zeggen, om vervolgens de rest van de dag te twijfelen of ze niet egoïstisch of onaardig zijn geweest. Schuldgevoel is niet altijd een teken dat we iets verkeerd hebben gedaan. Soms betekent het simpelweg dat we zijn gestopt met ons te gedragen zoals anderen — of wijzelf — gewend waren.


Zorg heeft grenzen nodig

Grenzen worden vaak voorgesteld alsof het muren zijn die we optrekken tussen onszelf en anderen. In het dagelijks leven zijn ze meestal veel eenvoudiger. Ze bepalen wanneer we beschikbaar zijn, wat we realistisch kunnen dragen en welke verantwoordelijkheden wel of niet bij ons horen. Dat kan klinken als: "Ik kan je morgen helpen, maar vanavond niet." Of: "Ik wil gerust even luisteren, maar ik heb vandaag geen ruimte voor een lang gesprek." Of nog: "Ik heb je hierbij geholpen, maar dit deel zul je zelf moeten opnemen."

Dat soort gesprekken is zelden gemakkelijk, omdat ze iemand kunnen teleurstellen.


Velen van ons hebben geleerd om de teleurstelling van een ander te zien als een teken dat we egoïstisch of onaardig zijn geweest. Door dat ongemak te vermijden, blijft de harmonie op korte termijn misschien behouden, maar ondertussen kunnen vermoeidheid, frustratie en emotionele afstand zich langzaam opstapelen. Tegen de tijd dat we uiteindelijk toch een grens aangeven, gebeurt dat vaak veel scherper dan wanneer we het maanden eerder hadden gedaan.


Er is nog een andere grens die vaak over het hoofd wordt gezien: die tussen het verdriet of de problemen van een ander en onze verantwoordelijkheid daarvoor. Voor iemand zorgen betekent dat we kunnen meeleven, luisteren, helpen en soms tijdelijk een deel van de last kunnen dragen. Het betekent niet dat we controle hebben over de uitkomst.

Dat herken ik ook in de geneeskunde. De wens om te helpen kan geleidelijk veranderen in de overtuiging dat we alles zouden moeten kunnen oplossen. Wanneer dat gebeurt, kan elke onvolledige genezing, elke behandeling die minder goed werkt dan gehoopt of elke patiënt die ondanks onze inspanningen blijft worstelen, gaan aanvoelen als een persoonlijk falen. Maar zorgen voor iemand en controle hebben over het resultaat zijn niet hetzelfde.


Zelfzorg kent bovendien haar grenzen als individuele oplossing. Sommige mensen zijn uitgeput omdat hun werkdruk onredelijk hoog is, zorgtaken oneerlijk verdeeld zijn, financiële zorgen zwaar wegen of praktische ondersteuning ontbreekt. Vrouwen nemen bijvoorbeeld in veel delen van de wereld nog altijd een onevenredig groot deel van de onbetaalde zorgtaken op zich. Een wandeling, meditatie of een vrije avond kan waardevol zijn, maar maakt een onhoudbare situatie niet vanzelf houdbaar. Soms is niet méér veerkracht nodig, maar een andere organisatie: verantwoordelijkheden delen, de werkomstandigheden aanpassen, respijtzorg inschakelen of erkennen dat de huidige situatie simpelweg meer vraagt dan één persoon redelijkerwijs kan dragen.


Ook jij hoort erbij

Zelfzorg wordt vaak voorgesteld als iets wat losstaat van het gewone leven: een wellnessweekend, een spa-dag of een perfect afgeschermde ochtendroutine. In werkelijkheid is ze meestal veel minder opvallend. Eten voordat honger omslaat in prikkelbaarheid. Water drinken voordat de hoofdpijn begint. Naar het toilet gaan zodra je lichaam daarom vraagt, in plaats van het nog een uur uit te stellen. Tien minuten vrijhouden tussen twee afspraken. De meldingen op je telefoon een avond uitzetten. Een eenvoudige maaltijd accepteren in plaats van een perfecte. Eindelijk die medische afspraak maken die je al maanden uitstelt omdat de gezondheid van anderen belangrijker leek.


Op zichzelf lijken deze momenten klein. Samen zeggen ze iets veel groters: of we ons eigen lichaam beschouwen als iemand die onze zorg waard is.


Een goed beginpunt is het moment vlak voordat we onszelf opnieuw aan de kant schuiven. Ons lichaam geeft aan dat het honger heeft, maar we beantwoorden eerst nog één e-mail. We voelen spanning in onze schouders, maar werken door zonder even te bewegen. We zijn moe en beginnen toch nog aan een huishoudelijke taak. We horen onszelf ergens mee instemmen, terwijl we diep vanbinnen al weten dat we er eigenlijk geen ruimte meer voor hebben. Zulke momenten gaan snel voorbij, zeker wanneer we gewend zijn geraakt ze te negeren.


Kies de komende week één signaal waarop je bewust wilt letten: vermoeidheid, honger, pijn, spierspanning, overprikkeling of dat subtiele gevoel van spanning vlak voordat je tegen je eigen gevoel in weer "ja" zegt. Sta even stil bij wat je lichaam je probeert te vertellen en vraag jezelf af of een kleine reactie mogelijk is. Soms ga je gewoon verder met wat je aan het doen was. Maar soms is een glas water, een paar minuten rust, hulp vragen of een duidelijke nee precies wat nodig is.


De mensen voor wie we zorgen, zullen soms nog steeds meer van ons vragen dan we eigenlijk zouden willen of kunnen geven. Er zijn periodes in het leven waarin zorgen nu eenmaal zwaar is en evenwicht moeilijk te vinden is. Zelfzorg neemt die werkelijkheid niet weg.


Waar zelfzorg wél een vraagteken bij plaatst, is het idee dat onze eigen behoeften minder belangrijk zouden zijn dan die van iedereen om ons heen.


Lichaam en geest staan niet los van de verantwoordelijkheden die we dragen. Ze zijn juist de plek waar die verantwoordelijkheden worden beleefd. Elke overgeslagen maaltijd, elke onrustige nacht, elk uur van aanhoudende spanning en elk moment waarop we ondanks uitputting toch doorgaan, wordt onderdeel van de manier waarop ons lichaam zich aanpast. Een tijdlang lukt dat vaak opmerkelijk goed. Maar uiteindelijk hangt daar een prijskaartje aan.


Misschien begint zelfzorg precies daar. Niet met nóg een taak op onze to-dolijst, maar met het besef dat wij zelf deel uitmaken van het systeem dat we proberen draaiende te houden. Zelfzorg wordt vaak voorgesteld alsof ze concurreert met zorgen voor anderen. In werkelijkheid kunnen die twee niet zonder elkaar. We kunnen ons lichaam niet blijven vragen om eindeloos te geven, terwijl we doen alsof het zelf niets nodig heeft. Goed voor jezelf zorgen betekent niet dat je je afkeert van de mensen die je nodig hebben. Het betekent erkennen dat jij één van die mensen bent.





Vervolg jouw Health Shift

Op The Health Shift ontdek je regelmatig nieuwe inzichten en praktische manieren om je gezondheid beter te begrijpen en te ondersteunen — zonder strenge regels of een overvloed aan gezondheidsadvies.

Schrijf je onderaan deze pagina in voor de nieuwsbrief en ontvang nieuwe artikelen en Health Shift-experimenten rechtstreeks in je inbox.




References and further reading

  • World Health Organization. Self-care for health and well-being.

  • World Health Organization. WHO guideline on self-care interventions for health and well-being.

  • American Psychological Association. Stress effects on the body.

  • American Psychological Association. How stress affects your health.

  • Wendsche, J., et al. A meta-analysis on antecedents and outcomes of detachment from work. Frontiers in Psychology, 2017.

  • Bennett, A. A., et al. Recovery experiences for work and health outcomes: A meta-analysis and recovery-engagement-exhaustion model. Journal of Business and Psychology, 2023.

  • Sirois, F. M., et al. Self-compassion, physical health, and health behaviour: A meta-analysis. Health Psychology Review, 2020.

  • Adelman, R. D., et al. Caregiver burden: A clinical review. JAMA, 2014.

  • International Labour Organization. Care work and care jobs for the future of decent work, 2018.

  • International Labour Organization. The impact of care responsibilities on women’s labour-force participation, 2024.

Blijf op de hoogte

We staan nog maar aan het begin. Schrijf je in voor nieuwe artikelen, komende evenementen en updates van The Health Shift.

bottom of page