top of page
The Health Shift

Wat wil jij op je 85e nog kunnen doen?

  • Foto van schrijver: Dr. Saartje Jooris
    Dr. Saartje Jooris
  • 21 apr
  • 9 minuten om te lezen

Een van de dingen die me als arts het meest opvalt, is hoe groot het verschil kan zijn tussen mensen van dezelfde leeftijd. Ik heb patiënten van in de tachtig die nog in de tuin werken, regelmatig fietsen en zich zo vlot bewegen dat ze eerder 65 lijken. Anderen zijn kwetsbaar geworden. Opstaan uit een stoel kost moeite, een eindje wandelen is lastig en zelfs een kleine infectie kan ervoor zorgen dat ze afhankelijk worden van hulp. Onze kalenderleeftijd zegt iets, maar lang niet alles.


Older woman tending vegetables in a sunlit garden with her bicycle nearby, illustrating healthspan and maintaining independence in later life.

Ook buiten de spreekkamer zien we die verschillen. De Netflix-documentaire Live to 100: Secrets of the Blue Zones bevat opvallende beelden van ouderen die nog verrassend vitaal zijn. Zo is er een Japanse man die zich uitsluitend met zijn armen voortbeweegt, terwijl een andere oudere man nog steeds te paard rijdt. We zien mensen tuinieren, wandelen over oneffen terrein en herhaaldelijk opstaan van en weer gaan zitten op de grond.


De Blue Zones mogen niet worden beschouwd als een blauwdruk voor een lang leven, en een documentaire vertelt onvermijdelijk een eenvoudiger verhaal dan de wetenschap toelaat. Genetica, gezondheidszorg, inkomen, leefomstandigheden en toeval spelen allemaal een rol in hoe we ouder worden. Toch dagen deze beelden de veronderstelling uit dat hoge leeftijd onvermijdelijk gepaard gaat met passiviteit en afhankelijkheid.


Hoe wil jij ouder worden?

Soms stel ik mensen die op consultatie komen een vraag die op het eerste gezicht weinig met geneeskunde te maken lijkt te hebben: Wat zou je op je 85e nog graag willen kunnen doen?


Illustration of a woman writing healthy habits in a journal while seeing her older self smiling back in the mirror, alongside reminders that today’s small choices help shape your future.

Vaak blijft het eerst even stil. De meesten van ons zijn meer gewend om na te denken over de volgende afspraak, een bloedonderzoek of het cijfer op de weegschaal dan over een gewone dag, tientallen jaren in de toekomst.


Daarna komen de antwoorden. De een wil zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Een ander wil blijven tuinieren of te voet naar de winkel kunnen gaan. Iemand wil met toekomstige kleinkinderen op de grond kunnen spelen – en daarna ook weer zelfstandig kunnen opstaan. Anderen hopen te kunnen blijven fietsen, reizen, koken voor vrienden of een nieuwe stad te voet te verkennen zonder elke wandeling te moeten plannen rond de volgende bank.


Deze antwoorden vertellen me veel meer dan de uitspraak: "Ik wil gezond blijven." Gezondheid blijft een abstract begrip totdat we haar verbinden met iets wat voor ons echt belangrijk is. Zelf boodschappen kunnen dragen, de trap oplopen, een gesprek onthouden of zelfstandig op reis gaan lijken misschien gewone dingen, maar juist die vaardigheden geven ons de vrijheid om ons eigen leven vorm te blijven geven.


Een lang leven is maar een deel van het verhaal

Levensduur (lifespan) is simpelweg het aantal jaren dat we leven. Het is gemakkelijk te meten, en dat is een van de redenen waarom het zoveel aandacht krijgt. We kunnen de gemiddelde levensverwachting tussen landen vergelijken, volgen hoe die in de loop van de tijd verandert en vieren wanneer minder mensen vroegtijdig overlijden. Langer leven is een belangrijke verworvenheid, zeker wanneer die extra levensjaren het gevolg zijn van minder sterfte door infectieziekten, hart- en vaatziekten, kanker of complicaties tijdens de bevalling.


Er is ook een persoonlijkere reden waarom een lang leven ons aanspreekt: de meesten van ons willen niet graag sterven. Zelfs als we de dood accepteren als onderdeel van het leven, kan het vooruitzicht van ons eigen einde – of dat van iemand die we liefhebben – beangstigend zijn. Meer tijd willen is heel menselijk. Maar we willen die tijd ook kunnen gebruiken: om te bewegen, na te denken, contact te maken, iets bij te dragen en van het leven te genieten. Het leven is er niet alleen om te verlengen, maar ook om te beleven.


Daarmee komen we bij gezonde levensjaren (healthspan): de periode waarin we lichamelijk en geestelijk gezond genoeg blijven om actief aan ons eigen leven deel te nemen. Dat betekent niet dat ziekte volledig afwezig moet zijn. Iemand kan prima leven met hoge bloeddruk, artrose of diabetes wanneer die aandoeningen goed behandeld worden. Omgekeerd kan iemand nauwelijks medische diagnoses hebben en toch ernstig beperkt zijn door spierzwakte, uitputting, pijn of sociaal isolement.


De moderne geneeskunde is steeds beter geworden in het voorkomen van vroegtijdig overlijden en in het helpen van mensen om te leven met aandoeningen die vroeger hun leven zouden hebben verkort. Dat is een enorme vooruitgang. Maar iemand in leven houden en ervoor zorgen dat die persoon ook zelfstandig en met een goede levenskwaliteit kan blijven leven, zijn niet helemaal dezelfde opdracht.


Waar behandelen we mensen eigenlijk voor?

Iemand kan een hartinfarct overleven dankzij een snelle behandeling, medicatie en een hartoperatie, maar daarna steeds meer beperkt raken door verlies van spierkracht, een slechte conditie of angst om opnieuw lichamelijk actief te zijn. Iemand anders kan perfecte bloeddrukwaarden hebben, terwijl hij of zij geleidelijk de spierkracht verliest die nodig is om de trap op te lopen. Weer iemand anders neemt medicatie die verschillende aandoeningen goed onder controle houdt, maar voelt zich te uitgeput of lichamelijk te beperkt om de extra levensjaren die de behandeling mogelijk maakt ook echt te benutten.


Soms maakt geneeskunde letterlijk de rest van het leven mogelijk. Het behandelen van een hoge bloeddruk verlaagt het risico dat een beroerte of hartinfarct een deel van iemands toekomst wegneemt. Een goede behandeling van diabetes helpt de ogen, nieren, zenuwen en bloedvaten beschermen – en daarmee ook alles wat daarvan afhangt.


Deze behandelingen dienen uiteindelijk een groter doel: niet alleen het leven behouden, maar ook, waar mogelijk, het vermogen om dat leven te blijven leiden. Geneeskunde kan ziekten behandelen, risico's verkleinen en soms verloren functies herstellen. Spierkracht, uithoudingsvermogen, betekenisvolle relaties en voldoende dagelijkse beweging vragen echter om aandacht die verder gaat dan een voorschrift alleen.


De reserve die we nauwelijks opmerken

Older man in a simple T-shirt comfortably carrying grocery bags up stone steps, illustrating the functional reserve needed for everyday independence.

Een nuttige manier om de verschillen te begrijpen die we op latere leeftijd zien, is het concept van functionele reserve. Ons lichaam kan meestal veel meer dan het dagelijks leven van ons vraagt. We hebben niet onze maximale spierkracht nodig om uit een stoel op te staan, en ook niet onze volledige conditie om door de supermarkt te wandelen. Het verschil tussen wat ons lichaam aankan en wat een taak van ons vraagt, noemen we onze reserve.


Wanneer die reserve groot is, voelt het dagelijks leven relatief moeiteloos. We kunnen boodschappen dragen, meerdere trappen oplopen of herstellen van een infectie zonder onze grenzen te bereiken. Valt de lift uit, dan is dat vervelend, maar geen probleem. Struikelen we, dan hebben we vaak nog voldoende kracht, evenwicht en reactiesnelheid om onze balans te herstellen voordat we vallen.


Met het ouder worden neemt een deel van die reserve geleidelijk af. Spiermassa, botdichtheid, conditie, evenwicht en herstelvermogen verminderen meestal met de jaren, al verschilt de snelheid en de mate daarvan sterk van persoon tot persoon. Chronische aandoeningen, langdurige inactiviteit, een ongezond voedingspatroon en periodes van bedrust kunnen die reserve nog verder doen afnemen.


Zolang er voldoende reserve overblijft, merken we daar vaak weinig van. Iemand kan een aanzienlijk deel van zijn spierkracht verliezen en toch zonder moeite uit een stoel blijven opstaan. De verandering wordt pas zichtbaar wanneer de beschikbare capaciteit de minimale vereiste voor een bepaalde taak begint te benaderen. Opstaan lukt dan alleen nog door zich met beide handen af te duwen. Een koffer wordt te zwaar om te tillen. Een infectie leidt tot weken van verminderde zelfstandigheid.


Daarom kunnen ziekenhuisopnames bij oudere mensen zo'n grote impact hebben. Niet alleen de ziekte zelf speelt een rol, maar ook dagen waarin iemand vooral in bed ligt, minder eet en zijn spieren nauwelijks gebruikt. Daardoor kan een toch al beperkte reserve verder afnemen. Iemand kan medisch volledig herstellen, maar zijn of haar vroegere niveau van functioneren niet meer terugvinden.


Juist daarom is het belangrijk om capaciteit op te bouwen, ook wanneer we die vandaag nog niet nodig hebben. Sterkere beenspieren vergroten de afstand tussen wat we kunnen en wat het dagelijks leven van ons vraagt. Een betere conditie geeft hart en longen meer reserve om een steile helling, een ziekte, een operatie of simpelweg het ouder worden op te vangen.


Reserve bestaat bovendien uit meer dan alleen spierkracht en conditie. Ook ons cognitief vermogen helpt ons om met veranderingen om te gaan en zelfstandig te blijven. Sociale relaties bieden praktische en emotionele steun. En voldoende slaap en goede voeding bepalen mee hoe goed we onze lichamelijke en mentale reserves kunnen behouden en herstellen.


We vertrekken niet allemaal van hetzelfde vertrekpunt

Het is verleidelijk om naar een vitale 85-jarige te kijken en te concluderen dat die simpelweg betere keuzes heeft gemaakt. De werkelijkheid is complexer. Sommige mensen leven met een genetische aandoening, een beperking, chronische pijn of een ernstige ziekte, ondanks het feit dat ze alles "juist" doen. Anderen hebben jarenlang zwaar lichamelijk werk verricht, waardoor hun lichaam sneller slijt. Ook een veilige omgeving om te wandelen, tijd om te bewegen, geld voor gezonde voeding en toegang tot goede gezondheidszorg zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend.


Toeval blijft bovendien een rol spelen. Een val, een infectie, een kankerdiagnose of een periode van ernstige stress kan iemands gezondheid ingrijpend veranderen op een manier die geen enkele dagelijkse gewoonte volledig had kunnen voorkomen. Op hoge leeftijd fit blijven is daarom geen bewijs van uitzonderlijke discipline, net zoals kwetsbaar worden geen persoonlijk falen is. Onze gewoonten beïnvloeden onze toekomst zonder haar volledig te bepalen. Ze vergroten of verkleinen de kans op bepaalde uitkomsten en bepalen mede met hoeveel veerkracht en reserve we de onvermijdelijke uitdagingen van het leven tegemoet treden.


Trainen voor het leven dat je wilt leiden

De vraag over je 85e wordt pas echt waardevol wanneer je ze concreet maakt. Stel je jezelf voor op die leeftijd, tijdens een heel gewone week. Waar zou je willen wonen? Zou je nog graag ergens naartoe wandelen, je eigen maaltijden bereiden, muziek maken, reizen, in de tuin werken of met een kind op de grond kunnen spelen? En wie hoop je dat dan nog deel uitmaakt van je leven?

Denk vervolgens na over wat die activiteiten van je vragen.


Een stadswandeling of een trektocht tijdens een vakantie vraagt om een goede conditie, sterke benen en voldoende evenwicht. Tuinieren vereist mobiliteit en het vermogen om naar de grond te bewegen en weer recht te komen. Zelfstandig reizen doet een beroep op uithoudingsvermogen, zelfvertrouwen, aanpassingsvermogen en cognitieve vaardigheden.


Zo krijgen onze dagelijkse gewoonten een doel dat verder gaat dan het verbeteren van cijfers op een gezondheidsrapport. "Meer bewegen" is een vaag advies. Weten dat je voldoende kracht wilt behouden om zelfstandig van de grond op te staan, geeft krachttraining een duidelijke betekenis. Werken aan je conditie voelt relevanter wanneer het betekent dat je later een nieuwe stad te voet kunt verkennen.


Er schuilt wel een risico in het denken over gezonde levensjaren. Gezondheid kan dan gaan klinken als een pensioenplan: nu sporten, gezond eten en leuke dingen laten om er misschien pas tientallen jaren later de vruchten van te plukken. Gelukkig werkt het meestal niet zo. Veel gewoonten die onze toekomstige gezondheid beschermen, verbeteren ook ons leven op korte termijn. Bewegen kan je lichaam vandaag al sterker en energieker laten aanvoelen. Een goede nachtrust kan morgen al het verschil maken. Samen eten, tijd doorbrengen in de natuur, betekenisvol werk en warme relaties maken nu al deel uit van een goed leven.


Bovendien hoeft niet elke keuze in het teken van een langer leven te staan. Soms blijven we laat op omdat een gesprek te waardevol is om af te breken. We eten niet alleen om ons lichaam te voeden, maar ook omdat eten plezier en verbondenheid brengt. En soms kiezen we ervoor om uit te rusten in plaats van te sporten, simpelweg omdat ons lichaam dat nodig heeft. Van het leven één lange strategie maken om de dood uit te stellen, zou betekenen dat we juist een deel missen van het leven dat we proberen te beschermen.


De algemene richting is belangrijker dan een enkele beslissing. Gebruiken we onze spieren regelmatig, of richten we ons leven langzaam zo in dat we ze nauwelijks nog nodig hebben? Blijven we werken aan ons vermogen om te wandelen, te tillen, ons evenwicht te bewaren en te herstellen? Blijven we investeren in onze relaties en onze interesses?


We weten niet of we 85 zullen worden. En als dat zo is, weten we evenmin in welke lichamelijke of geestelijke conditie we dan zullen verkeren. Die onzekerheid is geen reden om de vraag naast ons neer te leggen. Integendeel: ze nodigt ons uit om het antwoord vandaag al mee te laten bepalen hoe we leven, zonder ons leven uit te stellen tot een denkbeeldige gezondere toekomst. Geneeskunde kan ons helpen om jaren aan ons leven toe te voegen. De bredere opdracht van gezondheid is om zoveel mogelijk leven aan die jaren toe te voegen.


Dus: wat zou jij op je 85e nog graag willen kunnen doen?


En welke kleine keuzes van vandaag kunnen helpen om dat mogelijk te maken?






Vervolg jouw Health Shift

Op The Health Shift ontdek je regelmatig nieuwe inzichten en praktische manieren om je gezondheid beter te begrijpen en te ondersteunen — zonder strenge regels of een overvloed aan gezondheidsadvies.

Schrijf je onderaan deze pagina in voor de nieuwsbrief en ontvang nieuwe artikelen en Health Shifts rechtstreeks in je inbox.




Aanrader: ouder worden met mogelijkheden

Live to 100: Secrets of the Blue Zones

Deze vierdelige Netflix-documentaire bezoekt gemeenschappen in Okinawa, Sardinië, Ikaria, Nicoya en Loma Linda, waar opvallend veel mensen ook op hoge leeftijd actief en betrokken blijven. De documentaire is geen wetenschappelijke blauwdruk voor een lang leven, maar laat op een inspirerende manier zien hoe vitaal, verbonden en betekenisvol ouder worden kan zijn.

Te bekijken op Netflix.





Bronnen en verder lezen

  • World Health Organization. Healthy Ageing and the Decade of Healthy Ageing (2021–2030).

  • American College of Lifestyle Medicine. Lifestyle Medicine Core Competencies.

  • Lee IM, et al. "Effect of physical inactivity on major non-communicable diseases worldwide." The Lancet. 2012.

  • Lally P, van Jaarsveld CHM, Potts HWW, Wardle J. "How are habits formed? Modelling habit formation in the real world." European Journal of Social Psychology. 2010.

  • National Institute on Aging. Healthy Aging.

Blijf op de hoogte

We staan nog maar aan het begin. Schrijf je in voor nieuwe artikelen, komende evenementen en updates van The Health Shift.

bottom of page